Opinie
Vrijzinnig humanisme: een voortdurend streven - door Bart Ameye
Vrijzinnigheid is een term die een veelheid aan stellingen en overtuigingen bevat. Sommige hebben de gewoonte om vrijzinnigheid en humanisme als synoniemen te beschouwen. Dit is mijns inziens onjuist. Vrijzinnigheid duidt op een rationele ingesteldheid. Het is een levenshouding die stoelt op enkele gemeenschappelijke principes. Deze worden door elk individu op een unieke manier ingevuld en beleefd. Het is dus onmogelijk om een vastomlijnde definitie te formuleren. De facto betekent dit dat vrijzinnigen vaak verschillende meningen hebben over actuele en morele problemen. Deze verscheidenheid stimuleert dialoog waardoor vrijzinnigheid steeds een boeiende en dynamische levenshouding blijft.
Humanisme is een democratische en ethische levenshouding die bevestigt dat mensen het recht en de verantwoordelijkheid hebben om betekenis en vorm te geven aan hun eigen leven. Het staat voor het opbouwen van een meer humane samenleving, via een moraal gebaseerd op menselijke en natuurlijke waarden, in een geest van rede en vrij onderzoek. De humanistische idee dat de mens deel uitmaakt van een zich voortdurend ontwikkelende natuur en aan haar wetten onderworpen is, is in de eerste plaats geïnspireerd door Darwins evolutietheorie. Een fundamenteel inzicht van het darwinisme, dat overeenstemt met en ongetwijfeld van invloed is geweest op de ontwikkeling van de humanistische ideeën, is dat de evolutie niet volgens een bepaald plan verloopt. De mens is dus niet voorbestemd en zijn evolutie is onderhevig aan de 'gang der dingen'. De mens maakt deel uit van de natuur en is als alle levende wezens onderworpen aan de krachten van de natuur. De humanistische waarde van de verbondenheid met de natuur is een belangrijke inspiratie voor de totale humanistische visie. Respect voor de medemens gaat samen met respect voor alles wat leeft.
De mens mag de samenleving niet ondergaan, hij moet deze richting geven. Ieder moet zijn maatschappelijk bestaan naar eigen inzicht kunnen opbouwen. In onze complexe, technocratische en op doorgedreven specialisatie afgestemde maatschappij, waarin tegenstrijdige gebeurtenissen en interpretaties elkaar dagelijks opvolgen, wordt dit hoe langer hoe moeilijker. Een vrijzinnig-humanistische maatschappij is in de eerste plaats een samenleving van vrije, bewuste burgers, waar de mens absolute voorrang heeft op de instituties. Als vrijzinnige moeten we overtuigd zijn van de kracht van de mens om met zijn hele persoonlijkheid en in vrijheid te bouwen aan een leefbare gemeenschap. De mens wordt dus als centraal uitgangspunt genomen. Daarvoor moeten we de nadruk leggen op de optimale ontplooiingskansen voor alle burgers en de reële participatie van de burger. De zelfontplooiing moet niet alleen gebeuren naar ieders vermogen en aspiraties, het is in de eerste plaats een recht waarvan ieder moet kunnen genieten.
Vrijheid is, zoals reeds vermeld, één van de fundamenten van mijn moderne humanisme. Een samenleving kan pas menswaardig genoemd worden wanneer zij een maximum aan keuzemogelijkheden aan haar leden kan garanderen. Die vrije keuze is voornamelijk belangrijk op het gebied van de levensbeschouwing en levenshouding, die de mensen zelf wensen op te bouwen. Doordat de mens zelfbewust kan zijn en over vrijheid beschikt, kan en mag hij verantwoordelijk gesteld worden voor zijn keuzen, zowel tegenover zichzelf als tegenover de anderen. De begrippen goed en kwaad worden op die manier onderworpen aan een strikt persoonlijk afwegingsproces. Individuele vrijheid en verantwoordelijkheid en sociale verantwoordelijkheid komen het best tot hun recht in pluralistische en geseculariseerde maatschappijen. Die vragen, veel minder dan op godsdienst gefundeerde maatschappijen, trouw aan waarden en normen die door anderen worden opgelegd, en houden rekening met de behoeften en de voorkeuren van het individu.
Een tweede fundamentele waarde is de gelijkheid. Deze gelijkheid hangt nauw samen met de waardigheid van elk mens. Want alleen als men het recht heeft om zelf zin en vorm te geven aan het eigen leven, kan men menswaardig leven. Vrijheid en gelijkheid roepen elkaar op en hebben elkaar tot bestaansvoorwaarde. Geen gelijkheid in onvrijheid en geen vrijheid in ongelijkheid. Met zijn wortels tot diep in de 18e en 19e eeuw heeft het vrijzinnig-humanisme naast vrijheid en gelijkheid de broederlijkheid tot grondwaarde verheven. Ik hanteer liever de term solidariteit. De verdraagzaamheid is verbonden met deze solidariteit. Een tolerante houding mondt mijns inziens uit in een gevoel van verbondenheid. Wie de mensen ziet als medemensen, met dezelfde rechten en plichten, voelt zich met hen verbonden. Die verbondenheid uit zich in aandacht voor de andere. Het streven naar solidariteit is slechts zinvol als het leidt tot een handhaving en een vergroting van de kansen van zelfrealisatie alsmede van het menselijk welzijn, dit is al datgene wat het leven waardevol maakt.
Ook voor de liberale mensvisie zijn de vrijheid, de waardigheid, de zelfrealisatie, de solidariteit van de mens primordiaal. Daarom stelt ook het liberalisme dat elke mens de zingever moet zijn van zijn eigen bestaan. Op maatschappelijk vlak is het uiteindelijke doel een democratisch systeem van vrije en mondige burgers, die zo veel mogelijk hun eigen weg uitstippelen. Democratie zou voor elke humanist doel en middel moeten zijn. Een waakzame, vrije, kritische ingesteldheid is noodzakelijk om de democratie voortdurend bij te sturen. Dogmatisch denken leidt uiteindelijk altijd tot verdrukking van andersdenkenden en is onverenigbaar met het democratische model. Het verenigingsleven fungeert mijns inziens als een leerschool voor de democratie. Wie lid wordt van een vereniging leert samenwerken, leert meningen formuleren, argumenteren, een vergelijk zoeken tussen verschillende zienswijzen. Zo leert men in de praktijk de noodzaak en onvermijdelijkheid van het moeten rekening houden met de opvattingen en belangen van anderen. Zo leert men praten over wat mensen met elkaar verbindt. Als humanist moeten we dus aanzetten tot participatie.
Zingeving is een fundamentele menselijke behoefte. Bij elk emancipatieproces speelt de bewustwording van eigen uitgangspunten, waarden en zingeving een belangrijke rol. Een vrijzinnige hanteert het vrij onderzoek om deze zingeving te leiden. Hij streeft naar kennis op basis van ervaringen en rationele argumenten. Autonoom denken is de basiswaarde van het vrije onderzoek, het heeft te maken met de menselijke autonomie. In mijn vrijzinnige overtuiging en in mijn denken over de mens en de wereld laat ik me niet leiden door dogma's en gezagsargumenten. Een dogma is een geopenbaarde waarheid die deel uitmaakt van een geloofsleer. De vastomlijnde inhoud mag niet in vraag gesteld worden omdat zij een boodschap is van het opperwezen. Uitspraken moeten kritisch beoordeeld worden en niet zomaar aanvaard worden.
De beste remedie tegen kleinburgerlijke geslotenheid is mijns inziens nog steeds de confrontatie met andere levenswijzen. Het beginsel van vrij onderzoek doet een oproep aan de onderzoekende levensstijl. De wijze waarop anderen hun leven inrichten en een goed leven leiden kan ons eigen leven inspireren en vernieuwen. We kunnen hier verdraagzaamheid aan koppelen. Iedereen heeft het recht om te denken wat hij wil en iedereen moet de kans krijgen om zijn mening te uiten, zelfs als de meerderheid die opinie verkeerd vindt. Een opbouwende confrontatie tussen verschillende meningen beschouw ik dan ook als positief. Bij de zingeving ga ik dus niet uit van een opgelegde waarheid. Voor mij is de mens dus zijn eigen zingever. De regels en normen van goed en kwaad vloeien voort uit de ervaring van de mens zelf in zijn streven naar een rechtvaardige samenleving. Een bovennatuurlijke oorsprong van regels kan ik als vrijzinnige niet aanvaarden. De mens is zelf schepper en drager van zijn moraal.
Vrijzinnigheid is voor mij een vooruitstrevende geesteshouding. Het laat alle ruimte voor een absoluut persoonlijke opbouw van een individuele levensbeschouwing en voor het al dan niet vastknopen van een specifieke moraal. De scheiding van levensbeschouwing en staat is een na te streven einddoel. De staat dient dus neutraal te zijn. Een neutrale staat erkent het beginsel van vrijheid van godsdienst of levensbeschouwing, het gelijkheidsbeginsel dat de staat het recht ontneemt een voorkeur uit te drukken voor één specifieke godsdienst of levensbeschouwing over een andere en het tolerantiebeginsel dat de staat oplegt het vreedzaam samenleven van diverse godsdiensten en levensbeschouwingen te bevorderen. We kunnen dus stellen dat vrijzinnigheid een methode van denken is, een voortdurend streven, gebaseerd op het vrij onderzoek en op het ondogmatisch tolerante denken.
Bart Ameye
lid van de onafhankelijke denktank Liberales in België
(1 mei 2007)