Opinie
De historische betekenis van de Fortuyn-revolte - door Wim Couwenberg
Wie als buitenstaander het lef heeft in te breken in het gevestigde partijpolitieke bestel en in de ogen van het politieke establishment op populistische wijze gevestigde machtsposities serieus in gevaar brengt, wordt ongenadig aangepakt en onderuit gehaald. Het overkwam Pim Fortuyn. Jarenlang gold hij in kringen van de gevestigde politieke partijen en de journalistiek als een schertsfiguur, die aan de zijlijn wel wat politiek kabaal mocht maken omdat dat geen echt politiek gevaar opleverde. Toen hij via Leefbaar Nederland en daarna de LPF plotseling de kans kreeg het boegbeeld te worden van een serieus te nemen politiek alternatief, werd dat echter anders en werden onmiddellijk alle invectieven uit de kast gehaald om het volk wijs te maken dat een groot gevaar ons land bedreigde.
Op systematische wijze werd Fortuyn in de hoek gedrukt van een naar racisme en fascisme riekende politieke oriëntatie. Als we nog eens op een rijtje zouden zetten wat Fortuyn van de zijde van de gevestigde politiek allemaal over zich heen gekregen heeft om hem in een zo kwalijk mogelijk daglicht te plaatsen, dan is dat hoogst gênant voor al die politici, wetenschappers en journalisten die daaraan mee gedaan hebben en daaraan nu liever niet meer herinnerd willen worden. Die demonisering van Fortuyn is daarom zo gênant voor zijn politieke vijanden omdat de gevestigde partijen van links en rechts zijn politieke programma na zijn dood in vergaande mate overgenomen hebben.
Wat is achteraf de historische betekenis van de Fortuyn-revolte? Wat politieke vijanden aanvankelijk trachtten te bagatelliseren als een incident, een mediahype, een kwalijke massahysterie, wordt nu in de politieke literatuur evenals in de media aangemerkt als een reële politieke breuk in de Nederlandse politieke ontwikkeling. Vandaar dat na zijn verscheiden dan ook gesproken wordt van het post-Fortuyn tijdperk. Een van de grote veranderingen die dat tijdperk kenmerken is het feit dat onze Nederlandse identiteit dankzij Fortuyn een serieus te nemen politiek thema geworden is. Sinds de jaren zestig werd dat jarenlang als iets volstrekt irrelevants beschouwd. Wie dat thema wel serieus nam, werd al gauw geassocieerd met hoogst bedenkelijke nationalistische sentimenten, met cultureel racisme e.d. en daarmee in een foute hoek weggezet. Die mentaliteit had tot gevolg dat de integratie van allochtonen in onze samenleving en cultuur jarenlang niet serieus genomen is. Het is vooral dankzij de revolte van Fortuyn dat die integratie nu een belangrijk onderdeel geworden is van het regeringsbeleid. En met zijn revolte heeft Fortuyn een belangrijke impuls gegeven aan de politieke discussie over de Nederlandse identiteit en mede ertoe bijgedragen haar te bevrijden uit de ideologische en verzuilde denkcategorieën die die discussie zo lang belast en beperkt heeft.
Tot de historische betekenis van de revolte van Fortuyn reken ik ook de wijze waarop hij de pretentie van intellectuele en morele superioriteit van de linkse kerk heeft ontmaskerd. In linkse kringen spreekt men sindsdien niet voor niets over de ideologische leegte van links. Als na de Fortuyn-revolte gesproken wordt over Nederland als een natie in verwarring, betreft dat voornamelijk links georiënteerd Nederland. Fortuyn’s meest bekende leuze: ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg was een reactie op de sinds de jaren zestig heersende cultus van links georiënteerd politiek correct denken. Dat was zelf een saillante uiting van politieke intolerantie. Standpunten die afweken, werden onmiddellijk met kwalijke etiketten zoals racisme en fascisme gestigmatiseerd. Velen raakten daardoor zo geïntimideerd dat zij maar hun mond hielden. Het fenomeen van de zwijgende meerderheid is daardoor ontstaan. De Fortuyn-revolte heeft die zwijgende meerderheid een stem gegeven en velen die daartoe behoorden gemobiliseerd tegen de gevestigde politiek. Dat is onmiddellijk als populistische reactie gebrandmerkt. Maar het populisme van Fortuyn was door en door democratisch. Hij signaleerde en agendeerde lange tijd niet of onvoldoende erkende problemen, corrigeerde het naar binnen gekeerde politieke bestel en beoogde zodoende een herstel van de omstreden geraakte legitimiteit van de Nederlandse partijpolitiek.
De sluimerende crisis van onze representatieve democratie die tijdens de Fortuyn-revolte nog sterker dan voorheen aan het licht kwam, duurt nog onverminderd voort, al probeert het nieuwe kabinet daar wat aan te doen door in de eerste honderd dagen zijn oor te luister te leggen bij voornamelijk georganiseerd Nederland. Maar de gevestigde politiek weigert nog altijd onze democratie meer representatief te maken, bijvoorbeeld door onze gezagsdragers direct te laten kiezen en via referenda het volk meer bij grote kwesties die ons allen aangaan te betrekken. Fortuyn had een broertje dood aan het eindeloos polderen over urgente problemen en de stroperige en halfslachtige besluitvorming die daarvan het gebruikelijke gevolg is. Heel weinig op had hij ook met de diepgewortelde regententraditie in dit land, waardoor het volk aan de basis, zoals de rebellerende generatie van de jaren zestig dat placht te noemen, zoveel mogelijk op afstand van politieke besluitvorming wordt gehouden. Sinds de jaren zestig is een reeks van rapporten van staatscommissies en andere gremia verschenen om daar wat aan te doen, maar daar gebeurt allemaal niets mee. Een enorme verspilling van politieke creativiteit en energie en uiteraard ook van publieke middelen. Het nieuwe kabinet heeft ook niets gedaan met de voorstellen van de vorig jaar ingestelde Nationale Conventie. Dat duidt er opnieuw op dat de gevestigde politiek wat haar eigen functioneren betreft nog weinig geleerd heeft van de historische betekenis van de Fortuyn-revolte.
Meer nog dan voorheen heeft de Fortuyn-revolte ons geleerd dat het electoraat in vergaande mate losgeraakt is van de oude ideologische scheidslijnen waaraan ons partijpolitieke bestel nog steeds zijn bestaansreden ontleent, maar die door kiezers bij iedere verkiezing met groot gemak overschreden worden. De uitslag van de politieke concurrentiestrijd wordt niet langer bepaald door de oude ideologische scheidslijnen van de oude politiek, maar door de wijze waarop actuele politieke thema’s en strijdpunten aangepakt worden en het vertrouwen dat concurrerende partijleiders inboezemen om leiding te geven aan het te voeren beleid. Niet langer de ideologie van de oude politiek, maar de persoon van de politieke leider als persoonlijke belichaming van een aansprekende politieke visie bepaalt steeds meer de uitkomst van de politieke concurrentiestrijd. Onze klassieke partijen raken steeds meer maatschappelijk ontworteld en daardoor in toenemende mate afhankelijk van staatssteun. Zij moeten hun bestaansreden bij iedere verkiezing opnieuw waarmaken en nieuwe politieke concurrentie het hoofd bieden. Politieke partijen krijgen daardoor steeds meer het karakter van politieke ondernemingen, geleid door politieke entrepreneurs en Fortuyn is daarin op succesvolle wijze voorop gegaan.
Kenmerkend voor Fortuyn’s politieke opstelling was dat hij zich nadrukkelijk distantieerde van het oude en simplistisch geworden links-rechts schema. Zijn pleidooi voor herstel van de menselijke maat, als reactie op de praktijk van schaalvergroting in onderwijs, landbouw, medische zorg, gemeentelijk bestuur e.d., stond haaks op alles wat zweemt naar politiek extremisme. Het werd aanvankelijk weggehoond als nostalgie naar de spruitjeslucht van de jaren vijftig, maar vindt nu brede weerklank. Ik buig niet naar links en ik buig niet naar rechts, verklaarde hij nadrukkelijk aan het begin van zijn politieke carrière. En dat was geen loutere verkiezingskreet. Als we zijn politieke programma onbevooroordeeld analyseren dan zien we daarin een duidelijke vermenging van linkse en rechtse ideeën en actiepunten. Juist door die combinatie van linkse en rechtse ideeën maakte Fortuyn zich ideologisch ongrijpbaar en was hij niet in een ideologisch, i.c. extreem-rechts hokje te vangen, hoe hardnekkig zijn vijanden dat ook geprobeerd hebben.
Sinds de Fortuyn-revolte verkeert Nederland in een snelkookpan. Politieke verhoudingen en ijkpunten die ideologisch vast verankerd leken zijn vloeibaar geworden en bieden niet langer het nodige houvast. Links is niet meer links en rechts is niet meer rechts. Als de Fortuyn-revolte iets duidelijk gemaakt heeft is het toch wel de grote kwetsbaarheid van de oude politieke partijen. Vijf jaar verder lijkt de Nederlandse politiek in oude sporen teruggevallen, maar schijn bedriegt. De oude partijpolitiek heeft slechts uitstel van executie gekregen. In bepaalde opzichten heeft zij wel wat geleerd van zijn revolte, maar nog lang niet genoeg. Alle reden dus om de oude partijpolitiek kritisch te blijven volgen en zonodig met nieuwe initiatieven in de politieke ring te springen om de oude politiek in de geest van de Fortuyn-revolte opnieuw uit te dagen en nieuwe wegen te verkennen naar de toekomst van dit land.
S.W. Couwenberg
emeritus hoogleraar
Dit artikel is een bewerking van een toespraak, op 6 mei jl. in Rotterdam gehouden bij de herdenking van de moord op Pim Fortuyn.
(10 juli 2007)