ZINNIG-DEMOCRATISCH FORUM
podium voor vrijzinnig-democratische politiek


Opinie

Vrijheid en veiligheid sluiten elkaar niet uit - door Sophie in 't Veld

De laatste jaren hebben overheden, vooral de Amerikaanse, een onstilbare honger ontwikkeld naar allerlei soorten persoonsgegevens die ze kunnen gebruiken in de strijd tegen terroristen en zware criminelen. Adressen, bankrekening- en creditcardgegevens, telecommunicatie zoals belhistorie, sms- en e-mailgegevens, reisgegevens, gegevens over gedrag en contacten, autoregistratie en zelfs medische gegevens en informatie over ons seksleven. Dat dergelijke informatie nuttig kan zijn in de strijd tegen schurken zal geen zinnig mens bestrijden. En de publieke opinie lijkt politici te steunen in deze verzamelwoede. Onder het mom van 'als je niets te verbergen hebt, hoef je ook niet te vrezen', accepteren mensen steeds verder gaande inbreuk op hun privacy. Echter indien het verzamelen en uitwisselen van deze persoonsgegevens niet onder strakke voorwaarden gebeurt, verliezen we veel meer dan alleen onze privacy!

Ten onrechte wordt vaak de indruk gewekt alsof vrijheden en burgerrechten van individuen moeten worden opgeofferd in het belang van veiligheid voor iedereen. De keuze tussen vrijheid en veiligheid is echter een valse keuze. Vrijheid en veiligheid zijn twee zijden van dezelfde medaille. Immers alleen in vrijheid kunnen mensen zich echt veilig voelen en zonder veiligheid geen vrijheid. Daarbij komt bovendien dat burgerrechten, waaronder het recht op privacy, de basis zijn van onze democratie. Het inleveren op deze rechten is het betreden van een glijdende schaal en daarmee een serieuze bedreiging voor onze democratie.

Privacy is een grondrecht. Het recht op privacy is een garantie voor de vrijheid van meningsuiting en tegen discriminatie. Menigeen in Oost Europa heeft, nog geen 20 jaar geleden, aan den lijve ondervonden welke impact het op iemands leven heeft, wanneer de overheid alles van je weet en misbruik kan maken van die informatie. In een democratische rechtstaat zijn daarom voorwaarden waaraan het gebruik van persoonsgegevens moet voldoen. In de eerste plaats moet heel precies worden vastgesteld voor welke doeleinden de gegevens gebruikt mogen worden. Ten tweede is terughoudendheid vereist in het opvragen van gegevens, zodat niet méér gegevens worden gebruikt dan strikt noodzakelijk. Ten derde moeten burgers een goede rechtsbescherming krijgen tegen misbruik, fouten en lekken van hun gegevens door de overheid. Tenslotte moet de besluitvorming over dergelijke maatregelen in alle openbaarheid en binnen de democratische arena plaatsvinden. Alleen op die manier is de aantasting van privacy minimaal en heeft de individuele burger de rechtsbescherming die past bij een volwaardige democratie.

Door de technologische vooruitgang is het verzamelen van gegevens een stuk makkelijker geworden. Zonder dat hiervoor allerlei technische spionagehoogstandjes hoeven te worden geleverd of zonder dat een heel leger aan spionnen hoeft te worden gerekruteerd, kan de overheid veel persoonsgegevens bemachtigen. Men boekt vliegtickets, hotels en excursies via het internet, doet de boodschappen en belastingaangifte via internet. Winkels, verzekeraars, gemeenten, telecomaanbieders, dating sites, vakbonden of creditcardmaatschappijen hebben een schat aan persoonsgegevens in hun klant- en ledenbestanden. En aangezien gegevens een grotere meerwaarde hebben op het moment dat ze gekoppeld worden aan andere gegevens, roept het verwerven van gegevens een honger op naar meer en nieuwe gegevens.

Elke afzonderlijke maatregel is op zich vaak maar een beperkte inbreuk op de privacy. Maar het gecombineerde effect van de afzonderlijke maatregelen is dat ons leven tot in het kleinste detail gevolgd kan worden. Maar mensen zijn zich nauwelijks bewust van de cumulatie van maatregelen. Zo staan camera's en microfoons op straat staat in de belevingswereld van mensen los van het opslaan van passagiersgegevens of het monitoren van banktransacties. Maar juist de koppeling van deze gegevens maakt het verzamelen van gegevens zo interessant voor overheden en de gevolgen voor individuen zo groot. Het gaat daarbij niet alleen om het verzamelen van gegevens over een concrete verdachte, maar om 'profiling' en 'data mining': een willekeurige zoektocht in computerbestanden, waarbij personen die aan een aantal criteria voldoen (het 'profiel') als verdacht worden aangemerkt en nader in de gaten worden gehouden. Hierbij worden vergelijkbare methodes gebruikt als in de marketing wereld. Vanuit de gedachte dat Volvorijders, die tevens lid zijn van een hockeyclub, potentieel ook vakantiegangers bij Club Med zouden kunnen zijn, worden gerichte mailings verstuurd.

Een dergelijke campagne is succesvol als 5% ook daadwerkelijk zijn volgende vakantie bij Club Med boekt! Maar kan een overheid zich dezelfde methode permitteren? Vanuit de gedachte dat iedereen die ooit in een vlucht naar New York om een maaltijd zonder varkensvlees heeft gevraagd en geld heeft overgemaakt via een internationale bank die ook opereert in Pakistan, een potentiële terrorist zou kunnen zijn, worden zwarte lijsten opgesteld. Op basis van deze zwarte lijsten mogen mensen onderworpen worden aan strengere controles, langdurige ondervragingen, het bevriezen van banktegoeden, reisverboden en erger. Bij zulke zaken mogen wij een hogere graad van nauwkeurigheid verwachten van een overheid dan van een marketingbureau. Ook worden steeds vaker intelligente camera's en microfoons ingezet die gedrag analyseren en alarm slaan bij "verdacht gedrag". De persoon in kwestie wordt dan aan een extra controle onderworpen. Op deze manier verschuift de bewijslast. De verdachte burger moet zijn onschuld bewijzen, in plaats van dat bewijs geleverd moet worden om de verdenking hard te maken.

Veiligheid is een kerntaak van de overheid. Het verzamelen van persoonsgegevens wordt in dit licht dan ook niet gezien als een inbreuk op de privacy, maar als noodzakelijkheid om deze bescherming te kunnen garanderen. Maar de individuele burger moet zich ook kunnen verweren tegen misbruik en onnodige en oneigenlijke overheidsbemoeienis met het privé-leven van burgers. In een democratie mag een overheid geen ongelimiteerde en ongecontroleerde macht hebben over de burgers.

In de jaren na 11 september heeft de overheid in grote haast en in een klimaat van paniek veel veiligheidsmaatregelen genomen die diep ingrijpen in de privacy en de burgerrechten, maar waarvan de effectiviteit onvoldoende is aangetoond. Er is nauwelijks evaluatie (overheden doen in toenemende mate een beroep op staatsgeheim om aan evaluatie te ontkomen), noch democratische controle, of gerechtelijke toetsing. Bovendien zijn de regels voor gebruik van privé-gegevens in de praktijk zo ruim opgesteld, dat ze niet alleen voor terrorismebestrijding worden gebruikt, maar ook voor allerlei andere zaken. Vrijwel alle privé-gegevens zijn toegankelijk voor derde landen. Dat de VS onze passagiergegevens opvragen wisten we al. Sinds vorig jaar weten we dat ze via SWIFT inzicht krijgen in onze banktransacties. Uit een recent rapport blijkt wat we allang vermoedden: ook al onze belgegevens, sms-, e-mail en internetgegevens worden door onder meer de FBI opgevraagd. Het is vrijwel zeker dat ze ook toegang hebben tot grote massa's andere gegevens. Maar ook andere landen hebben grote belangstelling. Zo denken de Russen ook over het opeisen van passagiersgegevens.

In tijden van pais en vree is het geen kunst om de burgerrechten en de rechtsstaat te beschermen. Het is juist in tijden van spanning dat ze onder druk komen te staan, dat de roep klinkt om burgerrechten en de rechtsstaat in te perken en de macht van de overheid uit te breiden. Juist dan moeten we opkomen voor de grondslagen van onze democratie.

Sophie in 't Veld
europarlementariër voor D66

Dit artikel is eerder verschenen in Idee, juli 2007

(8 augustus 2007)