Opinie
Reguleer de teelt, handel en consumptie van softdrugs - door Gerd Leers
Het nieuwe kabinet wil het aantal coffeeshops beperken. Maar het is de vraag of beperkende maatregelen wel het gewenste effect zullen sorteren. Natuurlijk zijn softdrugs slecht, maar een simpel verbod helpt niet. Kijk naar de VS en Frankrijk: zeer repressief, met als resultaat zeer hoge gebruikscijfers. België en Duitsland: iets soepeler, ook hoge gebruikscijfers. Kortom: de mate van repressiviteit is niet van invloed op het gewenste resultaat.
Het Nederlandse softdrugsbeleid is goed voor gebruikers, vooral voor jongeren. Zij worden goed voorgelicht, komen minder snel in aanraking met harddrugs en kunnen in een veilige omgeving gebruiken. Nederland laat dan ook gunstige cijfers zien vergeleken met het buitenland: een gemiddeld gebruik, een lage overstap naar harddrugs en een zeer laag 'ongevallencijfer'. Aan de andere kant is het beleid een gruwel, vooral door de criminaliteit die samenhangt met de productie en handel van softdrugs. In Nederland kiezen we er namelijk 'bewust' voor om de productie over te laten aan de georganiseerde misdaad, die jaarlijks dankbaar miljarden euro's aan crimineel geld opstrijkt.
De vraag hoe gewenst of ongewenst softdrugs is, is meer een morele dan een gezondheidskundige kwestie. Softdrugs en alcohol hebben gemeen dat ze liever niet teveel gebruikt moeten worden, maar dat het gebruik an sich niet meer uit onze samenleving weg te denken is. Alcoholgebruik is niet alleen een risico voor de volksgezondheid, maar ook voor de openbare orde. De productie van alcohol is daarom gereguleerd: we willen als overheid grip houden op de kwaliteit, het alcoholpercentage, de mate waarin reclame gemaakt mag worden, de leeftijd waarop het gekocht mag worden. Wie zich aan de regels houdt, mag alcohol produceren en distribueren.
Het Nederlandse drugsbeleid is helaas minder consequent dan het alcoholbeleid. In Nederland mag een coffeeshop softdrugs in huis hebben en verkopen. De 'voordeur' is dus gereguleerd. Dat in tegenstelling tot de 'achterdeur', want de hennep mag niet geteeld worden en bij de coffeeshop aangeleverd. Dus kijken we de andere kant op als de hennepboer komt. Dat is niet alleen verschrikkelijk hypocriet, het werkt ook nog eens enorm veel criminaliteit in de hand.
'Den Haag' kiest voor handhaving van de status quo. En dat is hypocriet, en dus onacceptabel. Wie zijn ogen sluit voor een fenomeen dat onuitroeibaar is, houdt daarmee zichzelf, zijn kiezers en zijn lezers op een fantastische manier voor de gek. Natuurlijk: ik zou óók willen dat het probleem niet bestond. Dat cannabis nooit was uitgevonden en dat niemand er naar taalde. Ik moet u helaas teleur stellen. Het bestáát. En in landen waar het hardst geschreeuwd wordt om forse maatregelen (Frankrijk bijvoorbeeld) wordt per hoofd van de bevolking bijna twee keer zoveel cannabis gebruikt als in Nederland.
Mijn voorstel is: maak een keuze. Of je gooit de achterdeur dicht – dan kun je dus ook de coffeeshops sluiten want ze worden niet meer bevoorraad – of je reguleert de achterdeur net als de voordeur. Maar stop met gedogen. Het landelijk CDA streeft de eerste optie na: stoppen met de coffeeshops, gewoon verbieden, net als in de rest van Europa. Maar dan zeg ik: lever dan ook de duizenden agenten die nodig zijn om de illegaliteit te bestrijden. Mijn voorkeur heeft die variant niet. De andere optie is dus: reguleren van de achterdeur. Door hennepteelt toe te staan onder streng overheidstoezicht, haal je deze grotendeels uit het criminele circuit. De politie kan zich met belangrijkere zaken bezig houden dan met het oprollen van hennepkwekerijen en bovendien kan de overheid het THC-gehalte (de werkzame stof in cannabis) reguleren, net als dat ze nu een limiet stelt aan alcoholpercentages.
De uiteindelijke oplossing ligt in een Europese afspraak om softdrugs, mits streng gereguleerd, toe te staan op de genotmarkten die nu alleen met alcohol en tabak zijn gevuld. Ieder land kan daar dan zijn eigen draai aan geven, het hoeft niet van Malta tot Lapland hetzelfde. Maar het haalt de druk weg van Nederland, en natuurlijk vooral van de Nederlandse grensregio's. Volgens sceptici is het echter onbegonnen werk om op internationale schaal een rationeel debat te voeren over het feit dat softdrugs een onuitroeibaar verschijnsel in onze samenleving aan het worden zijn, waartegen het dweilen is met de kraan open, een gedweil bovendien dat criminaliteit bevordert. Softdrugs worden nu eenmaal op morele gronden verworpen, en de moralist heeft (met een glas wijn en sigaar bij de hand) altijd gelijk.
Het is dus zaak om het goede voorbeeld te geven in Europa, door in Nederland en de omliggende regio's de teelt, handel en consumptie verder te reguleren. Een eerste begin kan gemaakt worden door een Euregionale zone op te richten waar in ieder geval Vlaanderen, Wallonië en Nordrhein-Westfalen samen met Nederland gaan proberen de teelt en verkoop van softdrugs te reguleren. Daardoor druk je de zware misdaad eruit, dat bewezen de slijterijen en casino's eerder. Nederland is trots op zijn liberale drugsbeleid, maar dat is niet genoeg. Om die verworvenheden werkelijk voor de toekomst veilig te stellen moet Nederland weer gidsland worden en de collega-regeringen in Europa ervan overtuigen dat regulering de enige weg is.
Gerd Leers
burgemeester van Maastricht
Dit artikel is een bewerking van eerdere artikelen van Gerd Leers in NRC Handelsblad d.d. 10-04-2007 en 15-03-2006 en in Dagblad de Limburger d.d. 18-03-2005.
(23 april 2007)