Opinie
Het recht op beledigen hoort bij een open samenleving - door Floris van den Berg
Vrijheid van expressie is het fundament van de open samenleving. In een open samenleving gaat het erom dat mensen met verschillende denkbeelden en culturen vreedzaam naast elkaar leven en de opvattingen en cultuur van anderen tolereren, binnen de grenzen van de wet.
In een open samenleving hoef je geen respect te hebben voor de meningen en opvattingen van anderen. Sterker nog: in een open samenleving is een minimum aan regels die een maximum aan individuele vrijheid mogelijk maken. Dat leidt in de praktijk tot een grote mate van pluralisme aan opinies en levensbeschouwingen die voor elkaar onderling geen respect hoeven te hebben. Een open samenleving is gebaseerd op tolerantie. Tolerantie betekent het accepteren - desnoods met gekromde tenen - van de opvattingen waarvoor je nu juist helemaal geen respect hebt. In een open samenleving loop je dus het risico dat je voor jouw beledigende, kwetsende of onfatsoenlijke, respectloze uitingen tegen komt.
Het probleem met beledigen (al dan niet als het gevolg van spot en humor) is dat het subjectief is. Beledigen is in the eye (mind) of the beholder. Een gelovige kan zich beledigd voelen, ook door goed gefundeerde kritiek, wellicht in de vorm van humor. Of hij kan zich gekrenkt voelen door vrolijk vertier van anderen zoals de Gay Parade. Politici kunnen zich beledigd voelen door cabaret, cartoons of columnisten. Joden kunnen zich beledigd voelen door islamitische uitspraken, enzovoort. Wie de weg inslaat van het proberen te vermijden van gevoeligheden sluit niet alleen de deur voor kritiek, maar ook de deuren van het theater. Wie wel eens een cabaretvoorstelling bezoekt zal weten dat cabaretiers spelen met de grenzen van het betamelijke. Bespotten en beledigen is juist hun metier. Het mooie van een open samenleving is dat ook een cabaretier weer kritiek krijgt in recensies. Als niemand de cabaretier wil horen, blijven de zalen leeg.
Beledigen en bespotten kunnen pijn doen, maar, zolang er geen sprake is van geweld of dreigen met geweld valt ook dat onder de vrijheid van meningsuiting. Het klinkt paradoxaal, maar dat er in een samenleving de vrijheid om te beledigen en te bespotten is, is een teken van beschaving. Beschaving is om personen, situaties en opvattingen in woord en geschrift te mogen bekritiseren en beledigen, kunstwerken af te kraken, tegendraadse meningen te spuien over uiterlijk en gedrag, opvattingen en religie.
Meer nog dan de media is kunst een vrijplaats bij uitstek waar het ideaal van de vrijheid van expressie tot aan de grenzen van het wettelijk toelaatbare mag gaan, daarbij sociale conventies en taboes overtredend en stampend op tere zielen en lange tenen. Zonder deze vrijheid geen cabaret, geen polemieken, geen 'Mandarijnen op zwavelzuur', geen Gerard Reve, geen secularisering, geen liberale democratie. Schelden, beledigen, ongezouten of juist genuanceerde kritiek uiten, horen bij een open samenleving; sterker nog: de vrijheid dat te doen is de essentie van de open samenleving.
Het is dan ook een vorm van vooruitgang dat Artikel 147 (smalende godslastering) uit het strafrecht zal worden geschrapt. Echter artikel 137c uit het Wetboek van Strafrecht legt de vrijheid van expressie enorm aan banden. Ik citeer het verbazingwekkende artikel en geef vervolgens commentaar: (1) Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. (2) Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.
De vraag is natuurlijk wie bepaalt wat beledigen is? Is dat de (a) beledigde partij, of (b) geldt de intentie van degene wiens uiting het betreft, of (c) is het de mening van de rechter? Ik zou mij als atheïst door de opmerking van premier Balkenende in het programma 'Hour of Power', wanneer hij beweert dat hij geloof noodzakelijk acht om te kunnen functioneren, beledigd kunnen voelen. Betekent dit dat onze premier dan volgens art. 137c van het wetboek van strafrecht voor een jaar achter de tralies dient te verdwijnen wegens het beledigen van mensen met een humanistische en/of atheïstische levensbeschouwing? De vraag is of lid 2 ook van toepassing is - heeft Balkenende van deze opvattingen zijn beroep gemaakt? - zo ja, dan verdwijnt hij voor twee jaar van het politieke toneel. Het voorbeeld maakt hopelijk duidelijk dat het wetsartikel niet deugd. Balkenende mag dergelijke uitspraken doen, en hoewel hij wellicht mensen heeft beledigd, dient er geen sprake te zijn van juridische straffen.
Artikel 137c is dus een obstakel voor een open samenleving. Inspiratie over hoe het wel moet kan geput worden uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat herleid kan worden tot de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens (UVRM) uit 1948. In het EVRM (1950) staat in Artikel 10 over de vrijheid van meningsuiting: (1) Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. In lid (2) van hetzelfde artikel staan enkele inperkingsgronden van de vrijheid van meningsuiting als het belang van de nationale of openbare veiligheid. Er staan in dit verdrag geen beperkende clausules over beledigen.
Ook in de Nederlandse Grondwet staat niks over beledigen als beperkende clausule voor de vrijheid van expressie. De mantra van de open samenleving is zodoende: beledigen mag, dreigen mag niet. Er dienen in de wet dan ook zo min mogelijk beperkende gronden te zijn voor de vrijheid van meningsuiting. Wat kun je in een open samenleving doen als je je beledigd of gekwetst voelt? Laat eerst duidelijk zijn wat niet moet: Dreigen met of toepassen van fysiek geweld zijn verboden, evenals smaad en laster (het zonder bewijs ten onrechte zwart maken van een persoon of instelling) en discriminatie, dat wil zeggen mensen op grond van hun ras ongelijk behandelen. Wat dan wel?
(1) In dialoog treden met degene die je beledigd heeft. Dat is wat de Meiden van Hallal in 'Bimbo's en Boerka's' doen door Hans Teeuwen te interviewen door wie ze zich beledigd voelen.
(2) Weerwoord geven: erover schrijven, discussiëren, brieven schrijven et cetera. Je kunt mensen proberen te overtuigen van het tegendeel.
(3) Aangifte doen bij justitie: Als het (vermoedelijk) gaat om aanzet tot haat, geweld of indien er sprake is van discriminatie dan kan er bij justitie aangifte worden gedaan.
(4) Eelt op de ziel kweken: het is van fundamenteel belang dat burgers in een open samenleving beschikken over een incasseringsvermogen en schouderophalend reageren op uitingen die voor hen beledigend zijn. Je kunt ook trachten de uitingen die voor jou beledigend zijn zoveel mogelijk te vermijden: niet naar Deep Throat kijken, niet naar het de tentoonstelling van Soorah Herah gaan.
(5) Satire: Proberen terug te beledigen of te kwetsen, binnen de grenzen van de wet, zoals de knuffelactie van moslims voor Wilders (zie:http://knuffelgeert.marokko.nl).
(6) Tot slot het moeilijkste van alles: zelfreflectie en de hand in eigen boezem steken. Je kunt je de kritiek aantrekken en de argumenten serieus nemen: is het inderdaad zo? En als het zo is, moet ik dan mijn mening bijstellen?
Ik eindig instemmend met de woorden van Rob Wijnberg in NRC Next d.d. 8 november 2008: "De term 'belediging' zou dus geen juridische status mogen hebben. Niet alleen omdat onmogelijk vast te stellen is wat beledigend is en wat niet, maar vooral omdat beledigingen inherent zijn aan het hebben van meningsverschillen; beledigd-zijn is onvermijdelijk in een publiek debat. Dat is de prijs die we nu eenmaal betalen voor het leven in een vrije samenleving. En wie dat een te hoge prijs noemt, vind ik onnodig grievend."
Floris van den Berg
Filosoof en bestuurlid van vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte (www.devrijegedachte.nl)
(13 november 2008)