Opinie
Rutte klem tussen moralisme en laissez-faire - door Menno van der Land
De concept-beginselverklaring die VVD-leider Mark Rutte op 28 augustus jl. heeft gepresenteerd, is een positief stuk geworden. Over een mooie toekomst vol kansen, een verhaal zo opgewekt als Rutte zelf. En daarin schuilt meteen de zwakte van het stuk: het is meer een essay dan een beginselverklaring. Het is dapper dat Rutte het voortouw durft te nemen in het debat over de koers van de VVD, maar het nu voorliggende document is meer een inkijkje in de persoonlijke drijfveren van de liberale voorman en de manier waarop hij in het leven staat, dan een uitgebalanceerd fundament voor een politieke stroming. Het valt ook niet mee om de beginselen van een politieke ideologie in een korte tekst vatten. Zoveel mensen, zoveel meningen, zeker bij liberalen.
Wat opvalt is dat de toelichting beter is geschreven dan de beginselverklaring zelf. Die staat namelijk vol met dubbelzinnigheden en roept soms meer vragen op dat dat ze een richtsnoer biedt voor mensen die willen weten waar de VVD precies voor staat. Ik zal er een paar uitlichten en daarmee laten zien dat Rutte er niet in is geslaagd een heldere, samenhangende liberale koers uit te zetten en eerder blijk geeft klem te zitten tussen links moralisme en liberaal laissez-faire.
Op economische gebied bekent Rutte overduidelijk een klassiek-liberaal te zijn. Een minimale overheid, zo weinig mogelijk belastingen en een vrije markteconomie. Het moge duidelijk zijn: de VVD blijft ook wat Rutte betreft een klassiek-liberale partij die de laissez-faire-gedachte hoog in het vaandel heeft: de best gereguleerde markt is een vrije markt. Nou valt daar wel wat op af te dingen: niet iedere vrije markt voorziet in de behoeften van de samenleving, niet iedere vrije markt levert meer welvaart en welzijn op. Ja, een vrije markt is goed voor het vrije ondernemerschap (Rutte wil die natuurlijke VVD-achterban natuurlijk niet kwijtraken), maar voor individuele mensen en voor de samenleving als geheel is een vrije markt niet altijd voldoende. Erg jammer dat Rutte daar geen oog voor heeft.
Op andere plaatsen lijkt Rutte toch meer naar de vrijzinnig-democratie te neigen dan naar het klassiek-liberalisme. Zo geeft de VVD-leider een vrijzinnige invulling aan het begrip vrijheid: voor hem vormen vrijheid van meningsuiting, eerbied van de persoonlijke levenssfeer, de integriteit van het eigen lichaam en zelfbeschikking de kern van het vrijheidsbegrip. Dat Rutte expliciet stelt dat de staat zich niet behoort te bemoeien met de levensstijl die iemand kiest of de manier waarop mensen omgaan met leven en dood, geeft aan dat hij de behoefte aan een meer ruimdenkend, vrijzinnig geluid in Nederland goed aanvoelt. Ook het feit dat Rutte benadrukt dat vrijheid gepaard gaat met de verantwoordelijkheid voor de samenleving als geheel en zijn aandacht voor de sociale verbanden waarin mensen leven (en die volgens de liberaal "zoveel mogelijk tegen staatsinmenging beschermd [dienen te] worden") getuigt van oog voor méér dan louter het individu.
Maar die vrijzinnige grondhouding, de belofte dat iedereen vrij moet zijn om zelf te beslissen, verhoudt zich maar moeilijk met de "verheffing van de onderklasse" die Rutte in zijn stuk bepleit (en die inmiddels alle nieuwsrubrieken heeft gehaald). De VVD'er grapt dat die woorden provocatief bedoeld zijn richting de PvdA, maar die kwinkslag is schijn. De beginselverklaring van Rutte bevat namelijk wel degelijk een moralistische toon. De ruimte die de VVD-leider mensen zegt te willen geven, gaat gepaard met een opgeheven vingertje: laat het leven "niet zomaar voorbij" gaan, maak "iets buitengewoons" van uw leven. Enerzijds moeten mensen vrij zijn om zelf te beslissen en tegelijkertijd zegt Rutte tegen de 'onderklasse': jullie doen het eigenlijk niet goed genoeg, jullie halen niet uit je leven wat erin zit, jullie moeten 'verheven' worden. Volgens Van Dale betekent 'verheffen': op een hoger plan brengen. Zeg je daarmee niet ook dat iemands huidige invulling van zijn leven inferieur is?
Hier slaat Rutte volledig door in zijn vrolijke samenleving vol kansen. Wie niet streeft naar excelleren lijkt bij de VVD geen thuis te hoeven verwachten. De VVD-leider keert zich tegen de "terreur van de middelmaat". Doelt Rutte daarmee op hetzelfde als de Minister-president, die eerder de "zesjescultuur" hekelde? Wat is dat toch voor raar misverstand: dat de "middelmaat" een soort maatschappelijk keurslijf zou zijn, een cultuur van niet-je-best-willen-doen. De samenleving bestaat uit mensen met verschillende kwaliteiten, die soms wat verder reiken en soms wat minder ver. Ergens in het midden ligt de middelmaat. Het gros van de mensen in de samenleving behoort tot die middelmaat. Het is weinig vrijzinnig om te suggereren dat de middelmaat niet goed genoeg is. Is dat echt de boodschap die je als liberaal politicus wilt afgeven? Dat je niet goed genoeg bent als je niet excelleert?
Dezelfde, weinig vrijzinnige houding neemt de VVD-leider aan ten aanzien van immigranten. Iedereen moet vrij zijn, maar ook: iedereen moet zich naar de Nederlandse normen voegen. Maar die normen zijn helemaal niet zo vanzelfsprekend en onomstreden als Rutter suggereert. Nederland is immers een zeer divers land (zo stelt Rutte zelf ook vast). Wat zijn die normen dan? Bedoelt Rutte dat iedereen in Nederland zich aan de wet moet houden (een vanzelfsprekendheid) of doelt hij op maatschappelijk veel bediscussieerde onderwerpen als elkaar een hand geven? Ik ben het met de liberale leider eens dat humanisme, verlichting en de joods-christelijke cultuur de fundamenten vormen voor onze hedendaagse samenleving. Maar Rutte haalt die historische fundamenten, de Nederlandse identiteit en de normen in de Nederlandse samenleving door elkaar en gooit ze in wezen op één hoop. Ik vrees dat Rutte ondanks zijn schrijfexercitie nog steeds geen uitweg heeft gevonden uit de spagaat waarin de VVD verkeert: enerzijds een vrijzinnige middenpartij willen zijn en tegelijkertijd de potentiële Verdonk- en Wilders-kiezers binnenboord proberen te houden.
Wat ten slotte volledig ontbreekt in het stuk van Rutte is de aandacht voor het functioneren van onze democratie. Wat dat betreft blijft de VVD een onberekenbare partij. In het Liberaal Manifest uit 2005 stond een hoopgevende democratieparagraaf (inclusief gekozen minister-president en gekozen burgemeester!), maar dat document werd door het VVD-establishment snel in een la weggestopt. Rutte pruttelt nu wel wat over teveel bureacratie, maar een visie op hoe het vertrouwen van burgers in onze democratische rechtstaat kan worden hersteld en de band tussen kiezers en gekozenen kan worden verbeterd, daarover zwijgt de liberaal.
Erg overtuigend is het stuk van Mark Rutte niet. We weten nu in ieder geval met welke blik de VVD-leider de wereld inkijkt. Helaas zegt dat niet veel over de VVD zelf. In weerwil van wat spaarzame vrijzinnige (of zo je wilt: sociaal-liberale) signalen, laat de partij van Rutte in de dagelijkse praktijk doorgaans een heel ander gezicht zien: dat van een restrictief immigratiebeleid, een repressief veiligheidsbeleid en lagere belastingen. Altijd opkomend voor wie het al goed heeft en niet zelden neigend naar populisme. Op papier klinken beginselen mooi, maar het komt erop aan wat je als politicus en als politieke partij in de praktijk waarmaakt. The proof of the pudding is in the eating.
Mijn overtuiging, dat er in Nederland ruimte is voor een vrijzinnig-democratische politieke partij, tussen de vrijheid-blijheid van de VVD en het collectivisme van de PvdA, is door het stuk van Rutte niet weggenomen. Maar dat was wellicht ook niet de bedoeling. Laat het debat in de VVD maar losbarsten. In de hoop dat aan het eind van dat debat wèl duidelijk is waar de VVD voor staat. De kiezers hebben recht op die duidelijkheid.
Menno van der Land
politicoloog en initiatiefnemer van het Vrijzinnig-Democratisch Forum
Dit artikel is ook verschenen in Waterstof, de online-krant van de stichting Waterland (nummer 36, 21 september 2008).
(29 augustus 2008)