ZINNIG-DEMOCRATISCH FORUM
podium voor vrijzinnig-democratische politiek


Opinie

Vrijzinnig-democraten zijn geen liberalen - door Menno van der Land

Vooral in liberale kringen is men nogal gecharmeerd van het idee dat vrijzinnig-democraten eigenlijk liberalen zijn. Dat is onjuist: in Nederland zijn liberalisme en vrijzinnig-democratie twee verschillende politieke tradities. Dat bewijst niet alleen de geschiedenis; het beste bewijs voor de stelling dat vrijzinnig-democraten niet tot het 'liberale huis' behoren, wordt geleverd door de partij die in Nederland het liberale gedachtegoed claimt: de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.

Vrijemarkt-liberalen
Volgens de theorie streven liberalen naar zoveel mogelijk individuele vrijheid en zo weinig mogelijk overheidsbemoeienis. Voor Nederlandse liberale partijen gaat dit maar ten dele op. In navolging van liberale denkers als John Locke en Adam Smith en hedendaagse denkers als Friedrich Hayek zijn Nederlandse liberalen in de eerste plaats vrijemarkt-liberalen in de leterlijke betekenis van het woord. Al sinds de Liberale Unie (1885-1921) hebben ze de laissez-faire-gedachte hoog in het vaandel: de best gereguleerde markt is een vrije markt, de beste overheid is een kleine overheid.

M et zo min mogelijk overheidsingrijpen bedoelen liberalen in Nederland dus zo min mogelijk ingrijpen in de vrije markt, teneinde ondernemerschap vrij baan te geven. Ook de VVD hanteert deze klassiek-liberale visie op de relatie tussen markt en overheid: een minimale overheid, zo weinig mogelijk belastingen en een vrije markteconomie. Een soort 'ieder-voor-zich-liberalisme', dat er vanuit gaat dat iedereen maar goed voor zichzelf moet zorgen en dat de overheid zich daar vooral zo weinig mogelijk mee moet bemoeien.

Volgens vrijzinnig-democraten valt daar wel wat op af te dingen: niet iedere vrije markt voorziet in de behoeften van de samenleving, niet iedere vrije markt draagt bij aan een duurzaam welvarende samenleving. Ja, een vrije markt is goed voor het vrije ondernemerschap (de natuurlijke VVD-achterban bestaat niet voor niets uit ondernemers), maar voor individuele mensen en voor de samenleving als geheel is een vrije markt niet altijd voldoende. Vrijzinnig-democraten pleiten daarom juist voor een actieve, betrokken en faciliterende overheid die de kaders schept waarbinnen de vrije ontwikkeling van mensen vorm kan krijgen.

De sociaal-economische agenda van vrijzinnig-democraten kan worden gezien als de gematigde, 'sociale' variant van het liberalisme. Vandaar ook dat men termen als sociaal-liberalisme en links-liberalisme gebruikt om de synthese van sociale en liberale ideeën van vrijzinnig-democraten te beschrijven. Zou dit het enige zijn dat liberalen en vrijzinnig-democraten van elkaar onderscheidt, dan zouden dergelijke termen volstaan. Maar er is meer waarop deze twee politieke stromingen zich onderscheiden.

Vrijzinnigen versus cultureel-conservatieven
Wie zijn de echte liberalen? Voor sommigen mag deze vraag neerkomen op ideologische scherpslijperij, maar er is alle reden om aan het liberale gehalte van de VVD te twijfelen. Dat de VVD niet over de gehele linie een liberale partij is, komt nergens zo pregnant naar voren als op het terrein van immigratie en integratie.

In oktober van dit jaar presenteerde VVD-kamerlid Henk Kamp 'zijn' integratienota. In deze nota pleit Kamp als een ware liberaal voor vrijheid van geloofsovertuiging: "liberalen hebben geen opvatting over het hebben van geloofsovertuigingen". Tegelijkertijd wil Kamp dat de overheid de uitingen van andere (religieuze) culturen aan banden legt met als argument "de grote afstand tussen de gangbare omgangsvormen in Nederland en het normbesef binnen de islamitische gemeenschappen". Kamp keert zich daarom tegen moskeeën die oproepen tot gebed, tegen boerka’s, tegen hawalla-bankieren. Is dat hoe de VVD het begrip 'vrijheid' in de praktijk uitlegt? Mensen zoveel mogelijk vrijheid geven, behalve als het om uitingsvormen van andere culturen gaat? Liberalen zouden met een dergelijk standpunt grote moeite moeten hebben, maar in plaats daarvan wordt de visie van Kamp binnen de VVD breed gedeeld.

Zelfs Mark Rutte, de vaak als 'vrijzinnig' bestempelde VVD-leider, volgt deze denkrichting in de door hem opgestelde (en door de partij overgenomen) beginselverklaring. Daarin geeft de VVD-leider een vrijzinnige invulling aan het begrip vrijheid (onder meer resulterend in eerbied van de persoonlijke levenssfeer) en stelt hij dat de staat zich niet behoort te bemoeien met de levensstijl die iemand kiest. Tegelijkertijd legt Rutte immigranten de eis op dat ze zich naar de Nederlandse normen moeten voegen. Rutte laat in het midden of hij bedoelt dat iedereen in Nederland zich aan de wet moet houden (een vanzelfsprekendheid) of dat hij doelt op maatschappelijk veel bediscussieerde onderwerpen zoals of moslims vrouwen een hand moeten geven (waarschijnlijker). Het moge duidelij zijn dat hier niets liberaal aan is. De VVD is op cultureel gebied even conservatief als rechts-populisten als Rita Verdonk en Geert Wilders.

Saillant detail is dat de moeizame houding van de VVD ten aanzien van het integratievraagstuk, tevens resulteert in een weinig coherente visie op de reikwijdte van overheidsingrijpen in de privésfeer. Waar Henk Kamp in de VVD-nota Immigratie en Integratie stelt dat "het onvermijdelijk [is] dat de overheid zich meer bemoeit met de opvoeding en de gang van zaken in immigrantengezinnen" (wat op mij nogal discriminatoir overkomt), betoogt Mark Rutte voortdurend dat minister Rouvoet zich veel te veel met de opvoeding van kinderen bemoeit. Hoezo meten met twee maten?

Het hoeft geen betoog dat de zichzelf liberaal noemende VVD vrijzinnig-democraten op dit punt lijnrecht tegenover zich vindt. De kern van de vrijzinnig-democratie is immers de vrijzinnigheid die liberalen ook ooit kenmerkte. De grondhouding om elkaar de ruimte te gunnen je eigen leven in te richten, je eigen keuzes te maken, te zijn wie je bent, met je eigen ideeën, dromen en wensen, je eigen cultuur, geloof etc.. De vrijheid om een eigen mening te hebben en daar voor uit te komen – en dat alles met respect voor elkaars vrijheid en de wet. Vrijzinnig-democraten maken daarbij geen onderscheid tussen de dominante cultuur en mensen die uit andere culturen afkomstig zijn. Vrijzinnig-democraten strijden tegen iedereen die om persoonlijke overtuigingen hun wil wensen op te leggen aan mensen die een andere overtuiging hebben. Dus óók tegen de cultureel-conservatieven van de VVD.

Fundamenteel verschil in denken over democratie
Er bestaat nog een groot verschil tussen Nederlandse liberalen en vrijzinnig-democraten: namelijk ten aanzien van het denken over democratie. Historisch gezien hebben Nederlandse liberalen (Liberale Unie, Vrijheidsbond, Liberale Staatspartij) zich voornamelijk op het vrijemarktdenken gericht; het functioneren van het democratisch bestel is voor hen geen belangrijk thema. Dit geldt ook voor de VVD: het nieuwe beginselprogramma stelt expliciet dat Nederland een vertegenwoordigende democratie heeft onder het huis van Oranje. Die democratie functioneert prima, einde discussie.

Volgens vrijzinnig-democraten valt over het functioneren van de democratie wel wat meer te zeggen. De ontwikkeling van de samenleving staat niet stil en het denken over het functioneren van de democratie zou daarom ook niet stil mogen staan. Bij die permanente aandacht voor het functioneren van onze democratische rechtsstaat gaat het niet – zoals men in liberale kringen vaak graag wil doen geloven – uitsluitend om gekozen burgemeesters en referenda (waar liberalen sowieso tegen zijn). Voor vrijzinnig-democraten draait democratie in de kern om zelfbeschikkingsrecht: het recht van mensen om een stem te hebben in beslissingen die hen aangaan. Een recht dat veel verder gaat dan eens in de vier jaar een volksvertegenwoordiging kiezen.

De vrijzinnig-democratie is de enige politieke stroming die daar door de geschiedenis heen oog voor heeft gehad. De laatste majeure democratiseringsmaatregel sinds de invoering van het vertegenwoordigende stelsel (het vrouwenkiesrecht – op initiatief van de Vrijzinnig-Democratische Bond) dateert uit 1919. Sindsdien zijn alle pogingen om de democratie beter te laten functioneren gestrand op verzet van, onder andere, de liberalen (denk aan de Nacht van Wiegel).

Eén keer leek het er even op dat ook de liberalen tot inkeer waren gekomen: in 2005 presenteerde de VVD in zijn Liberaal Manifest een democratieparagraaf waar mening vrijzinnig-democraat voor zou willen tekenen, inclusief invoering van de gekozen minister-president en de gekozen burgemeester. Maar het Liberaal Manifest is door het VVD-establishment snel in een la weggestopt. De VVD pruttelt af en toe nog wel wat over teveel bureacratie, maar een visie op hoe het vertrouwen van burgers in onze democratische rechtstaat kan worden hersteld en de band tussen kiezers en gekozenen kan worden verbeterd, daarover zwijgen de liberalen.

De VVD: eerder conservatief dan liberaal
Van oudsher zijn liberalen hervormingsgezind en progressief. Maar de zich liberaal noemende VVD is eerder een conservatieve partij. Dat blijkt uit de hiervoor genoemde standpunten over integratie en democratie, maar ook uit het feit dat de VVD al jarenlang zwaar inzet op het thema veiligheid. De liberalen bepleiten daarbij een overheidsoptreden dat juist het tegenovergesteld is van liberaal, namelijk hard en restrictief.

Een zeer recent voorbeeld betreft het pleidooi van JOVD-voorzitter Jeroen Diepemaat en bestuurslid Mark Thiessen in de Volkskrant voor legalisering van softdrugs. Volgens de JOVD'ers past het verbieden van softdrugs in zijn geheel niet bij een liberale partij. Door legalisering kan de overheid meer zicht krijgen op de handel in softdrugs en het gebruik ervan: "Met het sluiten van coffeeshops drijf je de consument in de handen van louche dealers, en criminaliseer je de handel nog meer dan al het geval is." Een helder standpunt, realistisch èn liberaal. VVD-woordvoerder Justitie Fred Teeven keerde zich echter direct tegen het voorstel: er moet juist een einde komen aan het gedogen; hard aanpakken die handel. De VVD schaarde zich daarmee in het kamp van CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel, die een einde wil maken aan het gedogen van softdrugs, niet door ze te legaliseren, maar door ze compleet uit te bannen. "Op naar nul koffieshops!" Van de christelijke zedenmeesters verwacht je dit soort illusiepolitiek, maar de VVD-jongeren hebben natuurlijk gelijk als ze zeggen dat er niets liberaals is aan wat Teeven wil.

En dan heb ik het nog niet gehad over Hans van Baalen, de man die de liberalen hebben gekozen tot boegbeeld van de VVD in het Europees Parlement. Van Baalen, die tot op de dag van vandaag de oorlog in Irak verdedigt, is ook degene die hartstochtelijk probeerde om de rechtse populiste Rita Verdonk binnen de VVD te houden. De parlementariër heeft Frits Bolkestein en Hans Wiegel als zijn grote voorbeelden, allebei voormalige VVD-leiders van de conservatief-liberale stempel. Zijn verkiezing tot lijsttrekker is exemplarisch voor de dominantie van de conservatieven binnen de VVD.

Tot slot
Wie de hedendaagse VVD volgt, kan het zich misschien moeilijk voorstellen, maar het liberalisme is van oorsprong een vooruitstrevende en vrijzinnige stroming. Het liberalisme is in de achttiende eeuw ontstaan in het licht van de Franse Revolutie. In hun verzet tegen de macht van het acienne regime zetten liberalen de uitgangspunten van de Verlichting centraal: het bevorderen van burgerlijke vrijheden zoals vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en tolerantie. Daarnaast hadden liberalen een sterk geloof in vooruitgang. De verworvenheden van de industriële revolutie moesten ruim baan krijgen en om dat te bevorderen diende de in die periode nog alom aanwezige staatsbemoeienis te worden teruggedrongen.

Anno 2008 is bij de VVD alleen het denken over de vrije markt nog herkenbaar liberaal. Dankzij de VVD en haar voorgangers (de Liberale Unie, de Liberale Staatspartij en de Partij van de Vrijheid) is het liberalisme in Nederland verworden tot een ideologie die het vrijemarktdenken voorop plaatst en dat combineert met een cultureel-conservatieve agenda (veiligheid, immigratie, integratie). Vrijzinnig-democraten hebben zich altijd van dit conservatief-liberalisme onderscheiden. Net als liberalen gaan ook vrijzinnig-democraten uit van het individu en hebben zij een afkeer van het collectivistische denken van linkse partijen. Maar ze zetten zich ook af tegen het laissez faire, laissez aller van de liberalen. Juist vanwege de gevolgen die dat heeft voor de samenleving en het lot van individuele bugers, is dat geen kwestie van nuance, maar een fundamenteel ander inzicht.

Er zijn binnen de VVD wel mensen die hun partij een wat 'vrijzinniger' koers willen laten varen. Deze liberalen gebruiken het adjectief 'vrijzinnig' om zich te onderscheiden van hun meer conservatieve partijgenoten. Persoonlijk vind ik het niet zo sterk om jezelf een etiket aan te meten dat klinkt als een excuus: "Ja ik ben een VVD'er, maar wel een vrijzinnige VVD'er hoor". Bovendien voeren deze 'vrijzinnig-liberalen' een achterhoedegevecht. Want in weerwil van wat spaarzame vrijzinnige (of zo je wilt: sociaal-liberale) signalen, is de partij van Rutte, Kamp, Van Baalen en Teeven in de dagelijkse praktijk de partij die streeft naar een restrictief immigratiebeleid, een repressief veiligheidsbeleid, vrij ondernemerschap en lagere belastingen. Altijd opkomend voor wie het al goed heeft en niet zelden neigend naar populisme.

Ook de suggestie van 'vrijzinnig-liberalen' in de VVD om het vrijzinnige D66 en de conservatief-liberale VVD samengaan in een soort grote 'vrijzinnig-liberale partij' (what's in a name?) staat ver van de realiteit. Gezien de getalsmatige verhoudingen zou dat de facto een opgaan van D66 in de VVD betekenen. Een heilloze weg. Vrijzinnig-democraten zijn niet de 'linkervleugel' binnen een grote 'liberale familie', maar hebben in het politieke spectrum een eigen positie tússen het liberalisme en de sociaal-democratie in. Dat gold tussen 1901 en 1946 voor de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB) en vandaag de dag voor D66.

Dat sommige liberalen het adjectief 'vrijzinnig' (jarenlang afgedaan als ouwbollig en geassocieerd met de protestantse kerk) gebruiken, gaat voorbij aan het feit dat deze term historisch gezien staat voor een eigenstandige stroming in de Nederlandse politiek: die van de vrijzinnig-democratie. En de VVD? Als dat liberalen zijn, dan zijn liberalen – om de titel van dit artikel aan het slot om te draaien – ècht geen vrijzinnig-democraten.

Menno van der Land

Politicoloog en initiatiefnemer van Het Vrijzinnig-Democratisch Forum

(3 december 2008)