ZINNIG-DEMOCRATISCH FORUM
podium voor vrijzinnig-democratische politiek


Column

Radicaal - door Thijs Kleinpaste

Er is veel gebeurd de afgelopen weken. De helft van politiek Den Haag moest van de kast gehaald worden omdat er een nogal radicale prediker in Nederland zou komen spreken. Het was niet de eerste keer sinds Fitna dat ik me afvroeg waarom we het in Nederland blijkbaar normaal zijn gaan vinden mensen uit te sluiten op basis van hun ideeën. Ook al zijn die ideeën dan radicaal. Ahmed Marcouch moest een tijdje geleden al op het latent nationalistische matje komen vanwege contacten met een radicale schriftgeleerde.


Stel je voor dat iemand op hoge poten zou eisen dat Balkenende zijn excuses aanbied voor contact met meneer Bush. Dat zouden we raar vinden. Is Nederland op weg naar een nieuw soort McCarthyisme, waar iedereen moet verantwoorden met wie hij of zij contact heeft? Ik vind de ideeën van de islamisten uit ons voorbeeldje verwerpelijk, maar het lijkt me bijzonder schadelijk als we zelfs de dialoog tot een public crime maken. Ik word daar een beetje angstig van. Het uitsluiten van mensen heeft bij mijn weten nog nooit geleid tot minder radicalisering. Au contraire zou ik haast zeggen.

Natuurlijk stelde de PVV over de contacten van Marcouch en de mogelijke komst van radicale predikers naar Nederland weer Kamervragen. En dan niet om te vragen of het hotel waar ze verblijven wel een beetje gastvrij is. De PVV heeft eens te meer bewezen een fascistoïde club van negen te zijn die het alleen op moslims heeft gemunt. Over andere religieuze uitwassen zwijgen zij namelijk als het graf. Ze waren onhoorbaar over de subsidie voor stichting 'Onze Weg' en 'Refo Anders'.

Wilders politieke handelen in relatie tot 'Onze Weg' en het gelijksoortige 'Refo Anders' is hypocriet. Als moslims homo's slaan staat Wilders met zijn roeptoeter te schreeuwen om het uitzetten van die criminelen, maar als christelijke organisaties homo's geestelijk mishandelen doet hij alsof zijn neus bloed. Dat past mooi in de joods-christelijke cultuur die hij aan Nederland toedicht. Wilders wil wel mensen toegang tot het land ontzeggen op basis van ideeën, maar geeft geen krimp als authentieke blankmensen een potje religieus-radicaal gaan lopen doen. Over zijn contacten met militante Israëli's heb ik trouwens ook nog niemand Kamervragen zien stellen. Is contact met deze mensen niet vergelijkbaar met dat waar Wilders zo boos op Marcouch over is?

Waar ik me zorgen over maak is dat Wilders lijkt uit te gaan van het principe dat er van uit gaat dat iemands recht iets te denken of te zeggen afhankelijk wordt gemaakt van hoe er in het algemeen over die mening wordt gedacht. Gedachte te radicaal? Laten we dan kijken of we iemand de mond kunnen snoeren. Op deze manier ontstaat er een glijdende schaal naar onvervalste big-brother-taferelen.

Net als Wilders heb ik kritiek op de islam, en andere vormen van geïnstitutionaliseerd en dogmatisch denken. Geloof is persoonsgebonden en kan heel mooi zijn. Jezelf onderwerpen aan dogmatisch religieus moralisme heeft wat mij betreft meer weg van geestelijke automutilatie. Religiositeit blijft toch een beetje de vrijwillige onderwerping aan de macht van een hogere, die alleen bestaat bij de gratie van jezelf die macht (en haar vertegenwoordigers) te erkennen. Het aardige aan vrijzinnigen is dat zij zich soms laten inspireren door de bijbel, maar nooit stoppen zelf na te denken.

Ik heb harde kritiek, maar koester nooit de illusie dat ik me tegenover sommige religieuze mensen me dan van enige beschaving gevrijwaard mag achten. Wilders doet dat wel. Hij radicaalpraat er op los, maar is boos als hij een keer de wind van voren krijgt. Wie gelooft dat hij niets heeft tegen moslims, maar alleen tegen de islam, zou zijn ogen open m
oeten doen. Het gaat hem alleen om de moslims.

(28 januari 2009)

Fatsoen? Niet doen! - door Thijs Kleinpaste

Premier Jan Peter Balkenende schudde de natie al weer een paar jaar geleden wakker met zijn inmiddels gevleugelde oproep tot meer 'Normen en Waarden'. In navolging van deze lege maar succesvolle leuze kwamen anderen als 'Fatsoen moet je doen', en niet te vergeten het kernachtige 'Respect voor elkaar'. Ik sluit niet uit dat dit moreel appel geleid heeft tot een tot de verbeelding sprekende verkiezingsoverwinning in 2006. Want hoewel de catchphrases uit de mond Jan Peter een wat spruitige bijsmaak hebben zijn de waarden die hij propageert het verdedigen waard.

Politici uit alle partijpolitieke gremia onderschrijven normen en waarden respect en fatsoen, een radicale uitzondering daargelaten. Ook vrijzinnigen hoeven zich niet te schamen als zij zich hard maken voor meer fatsoen. De wijze waarop de waarden gemeengoed van de Nederlandse open samenleving worden is echter wel een punt van discussie. Ik koester een gezond wantrouwen tegenover elke vorm van macht en gezag, en vind het dus zeker niet wenselijk als fatsoen door het wetboek aan mij wordt opgelegd. Fatsoen is toch meer iets dat je zelf moet ontdekken.

Hoe graag we soms ook zouden willen dat mensen wat fatsoenlijker deden, in Tweede Kamer en op straat, we kunnen het ze niet dicteren. Dat zou een moreel dictaat van het wetboek betekenen, of erger: een morele dictatuur van de meerderheid. Moraal en fatsoen mogen en moeten altijd ter discussie worden gesteld. Wat mij betreft is het een teken van geestelijke gezondheid als je iedereen die je sommeert fatsoenlijk te doen een flink staaltje van het tegenovergestelde laat zien. Als de bezinning uiteindelijk intreed, en men zelf reflecteert op de wenselijkheid van eigen doen en laten is de wereld rijker dan ze zou zijn met een moral majority aan het roer.

Fatsoen is weerloos, en het lijkt er op dat we haar toch niet kunnen verdedigen als we iedereen maar de ruimte moeten geven een eigen waardenset te ontwikkelen. Ik denk dat we fatsoen vooral zelf moeten doen, en er hoogstens met anderen over moeten praten om bezinning aan te moedigen. De beste autoriteit om het fatsoensideaal door te laten propageren ben en blijf je zelf.

Jan Peter heeft het volste recht zijn waarden aan de man te brengen. De waarden zijn echter wel individueel, en moeten ook als zodanig beleefd worden. Ze kunnen nooit worden opgelegd. Je moet er zelf achterkomen waarom dingen gaan zoals ze gaan, en misschien ontdek je wel een aantal frisse nieuwe idealen terwijl je dogma's links laat liggen. De vooruitgang is erbij gebaat dat we onfatsoenlijk zijn.

(13 november 2008)

Wie leert onze kinderen mondige burgers te zijn?
- door Thijs Kleinpaste

Er stond een opmerkelijk bericht in het Reformatorisch Dagblad van woensdag 22 oktober. "Help mama, er zit een democraat onder mijn bed." De kop van het artikel verwees naar de titel van een populair geworden kinderboek uit de Verenigde Staten "Help! Mom! There are Liberals under my bed!". Met het kinderboek kunnen ouders hun kinderen leren dat democraten, die in het boek liberals genoemd worden, eng zijn, en wat er gebeurt als Barack Obama op 4 november de verkiezingen wint. Het verhaal gaat over Tommy en Lou, twee jongetjes uit een christelijk gezin in de Verenigde Staten. In hun onbezorgde kinderjaren verdienen ze wat bij door limonade te verkopen. Het leven is goed en precies zo christelijk als het hoort te zijn, tot op een dag senator Clunkton (inderdaad, senator Clinton), burgemeester Bloedzuiger en belastinginner Poeha de straat onveilig komen maken. Niet alleen hebben ze het op hun geld voorzien, maar ze proberen ook de sticker met de naam van Jezus van hun verkoopstalletje te scheuren. De boodschap uit het boekje dat inmiddels meer dan 35.000 keer verkocht is helder. Democraten zijn slecht, en Republikeinen zijn goed. De Democraten slaan terug in hun variant getiteld "Why Mummy is a Democrat", waarin de olifanten die het logo van de Republikeinse partij vormen eekhoorntjes bedreigen.

Het Reformatorisch Dagblad stelt dat de boodschap er goed wordt ingestapt. "Wie van de kandidaten niet deugt en wie niet, hangt van de voorkeur van pa en ma af." Het opmerkelijk om juist in dit dagblad te lezen over hoe kinderen al op jonge leeftijd worden gebrandmerkt voor later. Want het huisblad van streng christelijk Nederland is zelf een van de communicatiekanalen voor een ideologie die niet terugdeinst voor beklemmend moralisme of eenzijdige communicatie. Kinderen van streng religieuze ouders, maar ook van andere dogmatici worden gebrandmerkt voor later, en het is maar de vraag of zij zich ooit kunnen ontworstelen aan het dogma van hun ouders. Maar deze dominante invloed van ouderlijke denkbeelden zien we natuurlijk niet alleen in de streng religieuze hoek. Afgelopen weekend was ik in Christiania, een vrijstaat in het centrum van Kopenhagen. Ook dit was een gesloten gemeenschap, maar in dit geval een gemeenschap met uitgesproken linkse idealen en bijpassende publieke moraal. De worsteling met dogma's maakt geen onderscheid tussen religieus of seculier.

Hier openbaart zich een pijnlijk dilemma voor vrijzinnig-democraten. Vanuit onze gemeenschappelijke overtuiging gaan we er namelijk van uit dat mensen zelf keuzes kunnen maken als alle opties worden gegeven. Maar hoe zit het dan als niet alle opties worden besproken? Ons ideaal van de mondige burger gaat in zulke gevallen niet op, en wij moeten ons afvragen: "is het wel eerlijk om deze kinderen zo eenzijdig op te voeden?" Maar het antwoord op die vraag is niet eenvoudig. Als vrijzinnigen koesteren we een gezond wantrouwen tegen de overheid, en willen niet dat vadertje staat ons thuis een draai om de oren komt geven omdat we onze kinderen niet het juiste leren. We willen echter ook dat kinderen opgevoed worden tot mondige burgers, met oog voor verschillende opvattingen. Maar wie moet dit gaan doen? Met het oog op de scheiding van kerk en staat wil ik niet dat de overheid mij op school gaat leren over religie of ideologie. Ook van een opvoedkamp voor diversiteit gaan mijn haren recht overeind staan. Toch maak ik me zorgen over de jongeren zijn die nooit hebben geleerd verder te kijken dan de grenzen van hun ideologie.

Misschien is dat er wel geen antwoord. Het is niet eenvoudig simpelweg te accepteren dat er kinderen in Nederland zijn die nooit leren over Jezus én het humanisme. Of dat ze van kinds af aan wordt verteld dat VVD-stemmers enge kapitalisten zijn. Ik vind dat mensen heus mogen vinden dat bijvoorbeeld homoseksualiteit niet acceptabel is, maar hoop wel dat ze daartoe hebben besloten na een uitgebreide overpeinzing vanuit verschillende invalshoeken. Want dat blijft toch het uitgangpunt voor het kweken van mondige burgers. Niet het antwoord, het proces is wat geleerd moet worden. Voorlopig heb ik geen oplossing voor dit dilemma. Twee diepgewortelde idealen staan lijnrecht tegenover elkaar, en ik sta voor een absurde tegenstrijdigheid. Wat moet ik doen als mijn idealen een oplossing in de weg staan?

(26 oktober 2008)

Uit het Torentje - door Thijs Kleinpaste

Sommige politici mogen graag vanuit hun hoge toren roepen hoe het moet. Zo was er was geen politicus die het kon nalaten Mohammed Enait te veroordelen. Niet opstaan voor een rechter, tegen alle fatsoensnormen in, dat kan toch niet? Het leek wel of niemand zich afvroeg of de politiek hier uberhaupt iets te zoeken had. Ik kon niemand te ontdekken die het geen probleem leek te vinden dat advocaat Enait aan zijn zetel gekleefd bleef. Ik denk dat het heeft gestormd in het torentje. "Onfatsoenlijk!" Zal Jan Peter geroepen hebben. Zijn secretaresse zal van schrik de koffie wel hebben laten vallen. Zomaar blijven zitten, dat kan niet, en al helemaal niet als je in die namaakprofeet gelooft. "Boek vol verzinsels", pruttelde Jan Peter.

Het probleem rondom Enait is complex. Religie heeft in Nederlands moderne geschiedenis nog nooit een maatgevende rol gespeeld in de rechtszaal. De rechtbank behoort neutraal te zijn in haar oordeel, en trouw aan de Nederlandse wet. De eis van Enait is in die zin misplaatst omdat hij als advocaat een beroep deed op zijn religieuze achtergrond. Anders zou het zijn geweest als hij in het beklaagdenbankje had gezeten. Men mag van advocaten verwachten dat zij de Nederlandse rechtsstaat zo volwaardig mogelijk tot zijn recht proberen te laten komen. Enait plaatst zich door zijn eis buiten deze orde, door zowel de rol van advocaat als die van slachtoffer van de rechtstatelijke mores te willen vertolken. Binnen dit kader rijst er een eeuwenoude, maar nog altijd relevante, vraag. Mogen politici wel bepalen wat fatsoenlijk is?

John Stuart Mill is hier duidelijk over. Het is daarom ook spijtig dat het gros van de hedendaagse politici ofwel niet bekend zijn met het gedachtegoed van Mill, of zijn werk professioneel negeren. Mill stelt namelijk dat het veroordelen van andermans waarden op zijn minst ongepast is. Zijn argument komt neer op het basisprincipe dat niemand onfeilbaar is ten opzichte van de waarheid. Beweren dat Enait fout zit met zijn gedrag betekent volgens Mill dat iemand zich onfeilbaarheid aanmatigt. Daarnaast ageert Mill tegen de dictatuur van de meerderheid. Democratie is noodzakelijk om het minderheidsstandpunt te beschermen. "Zelfs als slechts een van allen een andere mening is toegedaan." Op grond van wat Mill betoogt ten aanzien van de feilbaarheid van mensen en zijn aversie tegen de verlichte despotie van de meerderheid kunnen we stellen dat politiek ingrijpen in de hele kwestie op zijn minst ongepast is. De filosofie van Mill die hier hier beknopter is weergegeven dan ze verdient is hoofdreden voor terughoudendheid vanuit de politiek in kwestie rondom Enait.

Waar overtuigingen botsen komt interactie tot stand. De advocatuur en de rechtspraak moeten en kunnen deze zaak prima zelf oplossen, zonder tussenkomst van de nieuwerwetse moraalridders. Het is legitiem om Enait te vragen de rechtsstaat te respecteren. Als hij niet op wil staan is het aan zijn juridische niche om een vorm te vinden waarin Enait wel respect kan betuigen. Hoewel de politiek zich niet moet bezighouden met deze kwestie doet zij dat toch, gevoed door een hinderlijk moreel fanatisme. Het lijkt politiek gemeengoed te zijn geworden alles wat afwijkt van de algemeen geldende opvattingen te veroordelen als zijnde immoreel, fout of anderzijds onaangepast. Integratie is synoniem gemaakt met assimilatie. Geldende normen en waarden zijn ineens gelijk aan toetsbare mensenrechten en op hoge toon problematiseren wordt gepresenteerd als het adequaat oplossen van problemen.

Vind ik Enait dan niet onbeschoft? Wel degelijk, en ook een recalcitrante provocateur die zijn gebrek aan eloquentie probeert te maskeren met woorden die hij zelf ook niet begrijpt. Moet ik hem dan het zwijgen toe doen? Nee, paternalisme is onvolwassen en contra-productief. En totdat Balkenende dat begrijpt blijft het nog lang onrustig in zijn torentje. Roepen zal hij, vanuit zijn torentje. Hoog boven de mensen met opgeheven vinger, wijzend op hoe het moet. Want fatsoen moet je doen.

De politiek is de weg kwijt. Heel de politiek? Nee. Een kleine politieke stroming blijft dapper vechten tegen de moraliserende overheersers. Het is aan de vrijzinnige geesten het voortouw te nemen. Wars van betutteling en met vertrouwen in de eigen kracht van mensen met een open blik naar de toekomst.

(11 september 2008)

De republiek
- door Thijs Kleinpaste


Kroonprins Willem Alexander Claus George Ferdinand van Oranje heeft zich uitgesproken over de manier waarop China haar Olympische propaganda aanpakt. De prins vindt namelijk dat de route over alle continenten ter wereld te duur is. Nee, echt. Geen uitspraken over mensenrechten waar Balkenende als verantwoordelijke voor het koningshuis van moet zweten. Geen steun voor pro-Tibet demonstranten die de route van de vlam ernstig compliceerden. Onze kroonprins vond de lange route ook onwenselijk omdat de vlam dan een object van protest kan woorden. Maar vooral te duur dus. Ik zou de onze kroonprins niet direct willen betichten van een stuitende oppervlakkigheid. Nog los van het feit dat zijn maatschappelijk maatpak hem weerhoud van politieke uitspraken is voor de kroonprins namelijk zo ongeveer alles duur. Hij moet van zijn uitkering het onderhoud voor al z'n optrekjes, de kosten voor zijn personeel, en investeringen in de locale economie van Mozambique voor zijn rekening nemen. Dan houd je niet veel over.

Begin augustus stond er in de Volkskrant een artikel van de voorzitter van het Nieuw Republikeins Genootschap, dat overigens sterk gebaseerd was op een artikel dat al in maart dit jaar verscheen. Kernpunt van dit artikel is dat 58% van de Nederlandse bevolking een staatsvorm waarin geboorterecht de basis vormt onder de hoogste functie onwenselijk vindt. TNS Nipo stelt de Nederlanders elk jaar de vraag of wij de monarchie willen houden, of willen veranderen. Een vraagstelling die te kort door de bocht is, en waar desalniettemin 85% van de Nederlanders intrapt. Een opmerkelijke discrepantie ten opzichte van de resultaten van het Nieuw Republikeins Genootschap komt aan het licht. De vraagstelling is to blame. De nadelen van ons huidig bestel zijn talrijk. Zo is het vervelend dat Willem Alexander - in tegenstelling tot een gekozen president - met al zijn goede bedoelingen geen politieke uitspraken mag doen. Daarnaast is hij parlementair niet verantwoordelijk is voor wat hij nog wel mag zeggen, en ontvangt zijn hele familie een royale uitkering. Had Willem Alexander iets willen zeggen over China, mensenrechten en Tibet? Balkenende ziet hem al aankomen.

Maar het belangrijkste kritiekpunt blijft natuurlijk het geboorterecht. Binnen afzienbare tijd bekleedt onze kroonprins de hoogste functie in onze parlementaire democratie. Hoewel de functie in de loop der tijd ernstig is ingekaderd, blijft de macht feitelijk bij de monarch. Hoeveel Balkenende ook adviseert, de monarch mag en kán het in de wind slaan. En dat is onwenselijk. Het is moeilijk met traditie te breken, zeker met een traditie die sinds de tijd dat Hertog van Alva de vroege vaderlanders uit de Republiek(!) der Zeven Verenigde Nederlanden lastig viel niet veel gewijzigd is. Iets met de VOC-mentaliteit. De vraag is echter of wij traditie willen prevaleren boven rechtvaardigheid. De beginselen van een democratische staat die als maatgevend worden geacht voor de kansen van iedereen in Nederland worden angstig terzijde geschoven als het gaat om het koningshuis. Non-argumenten als 'een president is ook duur', en 'maar het is onze cultuur' worden gebezigd zonder inhoudelijk op de democratische disrepantie in te gaan. De vraag is helder. Vinden wij het wenselijk dat Nederland geen honderdprocentsdemocratie is? Het antwoord hierop staat los van de vraag of we het koningshuis willen afschaffen. Ik ben namelijk zeker niet tegen traditie. Traditie kan heel waardevol zijn, maar dan wel onschuldige traditie. Willem Alexander die samen met Amalia een lintje knipt vind ik aandoenlijk. Willem Alexander die het kabinet ontbindt niet.

(23 augustus 2008)