Vrijzinnig-democraten.nl


 
 

> politieke partijen

 

In Nederland kunnen twee politieke partijen worden geplaatst in de vrijzinnig-democratische traditie: de Vrijzinnig Democratische Bond (1901-1946) en het huidige D66. Sinds 1966 vervult D66 de rol die de VDB tussen 1901 en 1946 vervulde, namelijk een alternatief onderdak bieden aan dat deel van het electoraat dat zich niet aangetrokken voelt door de politieke partijen die de hoofdstromingen in de Nederlandse politiek (socialisme, liberalisme en confessionalisme) vertegenwoordigen en dat een afkeer heeft van dogmatische ideologische politiek.

Het grote verschil tussen de VDB en D66 is dat de VDB ontstond aan het begin van de verzuiling en D66 aan het eind daarvan, maar beide partijen werden geboren in een tijd van grote politieke veranderingen. En er zijn meer overeenkomsten. Zowel de VDB als D66 zijn relatief kleine partijen met een lage organisatiegraad. Beide partijen kennen een liberale oorsprong: in 1901 ging de Radicale Bond samen met leden van de Liberale Unie (die uit de partij waren getreden nadat de Algemene Vergadering het bestuursvoorstel om het algemeen kiesrecht urgent te verklaren, had afgewezen) en vormde toen de VDB. Bij D66 was het uittreden van Hans Gruijters uit de VVD (mede) aanleiding voor het initiatief om een nieuwe partij te vormen en was ook democratisering het belangrijkste motief.

Zowel de VDB als D66 zijn in het politieke spectrum te plaatsen tussen de sociaal-democraten en de conservatieve liberalen in. Voor de VDB geldt dat deze zich niet aansloot bij de Vrijheidsbond, die zich in conservatief-liberale richting ontwikkelde, terwijl de VDB zich profileerde als pragmatische partij en een middenpositie tussen liberalen en socialisten claimde. Ook de Democraten van D66 nemen afstand tot het economisch liberalisme en staan in dit opzicht dichter bij de sociaal-democraten dan bij de liberalen. Ook de VDB streed in zijn tijd tegen de politieke dominantie van de confessionele partijen. De VDB streefde naar samenwerking tussen alle vrijzinnigen met name om staatsrechtelijke hervormingen te realiseren. Vanaf 1966 streefde D66 eveneens naar een doorbraak in de partijverhoudingen en staatsrechtelijke vernieuwing.

Om de gewenste doorbraak te bewerkstelligen voerde de VDB een soortgelijke strategie als D66 later zou doen. Zowel bij de verkiezingen in 1901 als in 1913 hanteerde de VDB het stembusakkoord als middel om tot een doorbraak in de partijverhoudingen te komen, in 1901 met de Liberale Unie, in 1913 met de Liberale Unie en de Vrije Liberalen. De socialisten wilden echter niet met de liberalen in de regering en bestendigden zo de dominante rol van de confessionelen. Als alternatief streefde de VDB vanaf de Eerste Wereldoorlog naar een regering van SDAP, RKSP en VDB. In 1926 slaagde de VDB hier bijna in, maar de verhoudingen tussen RKSP en SDAP bleken te slecht om daadwerkelijk tot samenwerking te komen. De vergelijking dringt zich op met 1981, toen D66 bemiddelde in de samenwerking tussen het CDA en de PvdA, maar de verhoudingen tussen die twee partijen, met name tussen hun partijleiders, deze samenwerking onmogelijk maakten.

Wat inhoudelijke politiek betreft is een vergelijking tussen de VDB en D66 slechts mogelijk, indien in aanmerking wordt genomen dat de twee partijen in totaal verschillende tijden actief waren respectievelijk zijn. Zo was de VDB een verklaard voorstander van vervanging van het toenmalige districtenstelsel door een stelsel van evenredige vertegenwoordiging, terwijl D66, opgericht in een tijd van evenredige vertegenwoordiging juist een terugkeer naar het districtenstelsel voorstaat.

Niettemin zijn er ook hier opvallende overeenkomsten tussen de VDB en D66. Zowel in het geval van de VDB als bij D66 was het belangrijkste motief om een nieuwe politieke partij op te richten het streven naar vergaande democratisering van de samenleving. Net als D66 stelde ook de VDB het functioneren van de democratie centraal in zijn handelen en zag ook de VDB de noodzaak in van staatsrechtelijke hervormingen. Openbaarheid van bestuur, afschaffing van de Eerste Kamer en invoering van het referendum zijn een paar items die zowel bij de VDB als bij D66 in het programma terug zijn te vinden. Net als bij D66 lange tijd het geval was, was ook bij de VDB de sociaal-economische paragraaf het zwakke punt.

Belangrijker dan de inhoudelijke overeenkomsten is de mentaliteit vanuit welke beide partijen met politieke vraagstukken wens(t)en om te gaan. Zowel de VDB als D66 zijn met recht te typeren als pragmatisch ingestelde partijen. De VDB sprak van een 'systeemloos model', dat gelijkenis vertoont met het pragmatisme van D66. Volgens de VDB moest de politiek 'de geestelijke ontwikkeling van het volksleven waarnemen, bestuderen en de rechtsvorming, de wetgeving en het bestuur daarnaar richten.' Deze benaderingswijze staat net als het pragmatisme tegenover de ideologische benadering van andere partijen. VDB-leider Marchant betoogde in 1924 dat de VDB 'aan geen dogma's is gebonden, hetzij economisch, hetzij kerkelijk; aan geen stelseltheorie verknocht, waarnaar het maatschappelijk leven zou zijn te vervormen. Zij verwerpt alle experimentatie, gericht op het vervormen van de maatschappij naar een vooraf opgesteld systeem.'

Behalve de pragmatische instelling kan verder als overeenkomst worden genoemd de rol die beide partijen voor de overheid zien weggelegd. Beide partijen zien het bevorderen van vrije en gelijke ontplooiingsmogelijkheden voor alle burgers als belangrijkste taak voor de overheid. Het beginselprogramma van de VDB sprak van het 'wegnemen van maatschappelijke oorzaken, welke tusschen de leden van het volk ongelijkheid scheppen of versterken ten aanzien van
ontwikkelingsvoorwaarden.' Ook bij D66 staan de vrije ontplooiingsmogelijkheden van burgers centraal.

Wat de vrijzinnig-democraten willen

"Wil men de beginselen der vrijzinnig-democraten tenslotte kort samenvatten, dan strijden zij voor de politieke democratie, die aan het volk zijn recht waarborgt om over zijn eigen lot te beschikken; voor de economische democratie die een ieder in de maatschappij de plaats verschaft waarop zijn gaven en talenten hem los van geboorte en stand recht geven; voor de internationale democratie, die de oorlog als middel om een geschil tot oplossing te brengen als een misdaad veroordeelt, en wier einddoel is het tot stand brengen van een internationale rechtsorde, waarin conflicten op vreedzame wijze worden opgelost en welke over de macht beschikt haar beslissingen door ieder te doen eerbiedigen." (Bron: VDB, "Wat de vrijzinnig-democraten willen", 1937)

Na de deelname van de VDB aan het kabinet Colijn-Oud (1933-1937) speelt de partij nauwelijks nog een rol van betekenis in politiek Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog maakt een deel van de VDB de overstap naar de nieuwe PvdA, een ander deel volgt partijleider Oud, die medeoprichter is van VVD. In de jaren zeventig overkomt D66 bijna wat de VDB aan het einde van de Tweede Wereldoorlog overkwam: door zich inhoudelijk te dicht bij de sociaal-democraten, nu verenigd in de SDAP-opvolger PvdA, te positioneren, bevestigen de Democraten bijna hun eigen overbodigheid.

D66 en de VDB zijn in drie belangrijke opzichten vergelijkbaar: wat betreft de functie die de VDB vervulde en D66 vervult in het politieke bestel, wat betreft de inhoudelijke positionering van de twee partijen en ten slotte wat betreft de grondhouding die beide partijen kenmerkt. Beide partijen zijn te kenmerken als een 'redelijk alternatief' voor de grote, gevestigde politieke partijen. Of D66 ook de rechtmatige opvolger van de VDB is, daarover zijn de geleerden het niet eens. De politicoloog Ruud Koole stelt: 'de vrijzinnig-democratische traditie zoals die door de VDB werd belichaamd, heeft haar sporen op verschillende plaatsen nagelaten, zodat geen enkele partij zich de enige erfgenaam kan noemen.' Paul Lucardie daarentegen plaatst D66 in de 'radicaal-democratische' stroming en noemt de partij de 'erfgenaam van de VDB', ook al wordt deze titel door PvdA en VVD betwist. En ook Opschudding, de vernieuwingsbeweging binnen D66 medio jaren negentig, plaatst D66 in de links-liberale stroming als erfopvolger van de VDB.

Op grond van bovenstaande (korte) vergelijking van D66 en VDB, is de conclusie gerechtvaardigd dat D66 sinds 1966 de rol vervult die de Vrijzinnig Democratische Bond tussen 1901 en 1946 vervulde, namelijk een alternatief onderdak bieden aan dat deel van het electoraat dat zich niet aangetrokken voelt door de politieke partijen die de hoofdstromingen in de Nederlandse politiek (socialisme, liberalisme en confessionalisme) vertegenwoordigen en dat een afkeer heeft van
dogmatische ideologische politiek. Beide partijen kunnen dan ook worden geplaatst in de inmiddels meer dan honderd jaar oude traditie van de vrijzinnig-democratie. Met uitzondering van de twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog (1946-1966) is er gedurende de hele twintigste eeuw een partij geweest die het vrijzinnig-democratisch gedachtegoed in politiek Nederland heeft vertegenwoordigd.

De 'richtingwijzers' van D66

D66 noemt zichzelf geen vrijzinnig-democratische partij, maar is het wel. Ooit begonnen als radicale vernieuwingsbeweging wilde D66 lange tijd geen etiket aannemen. Sinds 1997 noemt D66 zich 'sociaal-liberaal', waarmee de partij tot uiting wil brengen dat haar gedachtegoed een mix is van sociale en liberale benaderingen. In de kern is D66 echter een vrijzinnig-democratische partij. In de doelstellingen en het programma van D66 komen dezelfde kernwaarden naar voren die kenmerkend zijn voor de vrijzinnig-democratische traditie. D66 geeft die vrijzinnig-democratische kernwaarden op een eigen manier vorm en inhoud: in een vijftal 'richtingwijzers'.

Vertrouw op de eigen kracht van mensen
Wij vertrouwen op de eigen kracht en ontwikkeling van mensen. Daarom zien we de toekomst met optimisme tegemoet. Mensen zijn zo creatief dat ze steeds opnieuw zelf oplossingen vinden. Wij willen dat de overheid deze kracht, vindingrijkheid en creativiteit van mensen ondersteunt en ruimte geeft. De sleutel voor verandering ligt bij mensen zelf en wij willen dat de overheid daarbij aansluit. Wat mensen voor zichzelf en anderen kunnen doen is veel belangrijker en effectiever dan wat de overheid kan doen.

Denk en handel internationaal
Samenlevingen zijn op steeds meer verschillende manieren met elkaar verbonden. Wij staan open voor de gehele wereld en sluiten niemand uit. Bij alles wat we doen, vragen we ons steeds af welke effecten dat heeft op anderen in deze wereld. Wij onderkennen dat Europa steeds meer ons binnenland wordt. Internationale samenwerking en economische vooruitgang zijn de sleutels naar een wereld met minder oorlog en conflicten. Daarbij handelen wij steeds pragmatisch, nuchter en op basis van feiten.

Beloon prestatie en deel de welvaart
Mensen zijn niet gelijk, wél gelijkwaardig. Mensen zijn verschillend en wij willen dat de overheid ruimte laat voor die verschillen. Wij streven naar economische zelfstandigheid voor zoveel mogelijk mensen en vinden dat mensen die uitmuntend presteren daarvoor een beloning verdienen. Wij willen een dynamische, open samenleving waarin iedereen de ruimte krijgt om zijn eigen beslissingen te nemen en iedereen zich op zijn eigen manier kan ontwikkelen. Wij vinden het vanzelfsprekend om welvaart met elkaar te delen. We willen dat zoveel mogelijk mensen meedoen in het maatschappelijk en economisch proces, want daar worden we allemaal beter van. Voor mensen die zichzelf niet kunnen redden dragen we een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving
Wij willen de wereld om ons heen tegemoet treden met respect en mededogen. Dat geldt voor de mensen om ons heen en voor onze omgeving. De aarde is niet van ons en dus geen gebruiksartikel. We willen stoppen met het uitputten en vervuilen van onze leefomgeving. We willen dat in de discussie over natuur en milieu niet de aantasting, maar het behoud van natuur en milieu gerechtvaardigd wordt.

Koester de grondrechten en gedeelde waarden
De fundamentele waarden van onze samenleving zijn vrijheid voor en gelijkwaardigheid van ieder mens, ongeacht opvattingen, geloof, seksuele geaardheid, gerichtheid of herkomst. Lichamelijke integriteit, geweldloze oplossing van belangenconflicten en een respectvol gehanteerde vrijheid van meningsvorming en uiting, inclusief respect voor onze democratische rechtsstaat, zijn voor ons centrale waarden. Die waarden zijn universeel en zonder meer bovengeschikt. Wij beschermen de grondrechten van onszelf en anderen.


 
 

 

 

 
Copyright   |   Disclaimer   |   RSS Copyright © Vrijzinnig-democraten.nl
Design by Liberty Lane